Scharrelruimte
Kansen
Mienskip
Co-creatie
Patrick Van Beijeren Patrick Van Beijeren

maatjesproject

onderzoek

statushouders

succesfactoren

artikel:

WELLZO en Statushouders; waarom het maatjesproject werkt en wat er nog beter kan

6 december, 2017 / Mienskip

Tijdens onze wekelijkse bijeenkomsten in het pand van WELLZO hoorden we enthousiaste geluiden over het project en werd ons verteld dat het dat jaar allemaal erg goed verliep. Maar waarom het project zo lekker liep was niet duidelijk. Daarom heeft de Kenniskring het afgelopen halfjaar onderzocht waarom het maatjesproject met statushouders van WELLZO nou zo positief ontvangen wordt en wat er nog beter zou kunnen.

Succesfactoren
Wij zijn ons onderzoek begonnen met de vraag “Wat zijn de succesfactoren van het maatjesproject voor statushouders bij WELLZO geweest in 2016/2017”. Een vrij afgebakende vraag waarin we de focus vooral wilde leggen op de verhalen van zowel de vrijwilliger als de statushouder. Het doel was om te achterhalen wat nou de concrete succesfactoren zijn geweest waardoor het enthousiasme in de wandelgangen is ontstaan, zodat we die kennis kunnen delen met WELLZO en andere organisaties die maatjesprojecten organiseren.

Om aan deze succesfactoren te komen hebben wij een avond georganiseerd waarop wij vrijwilligers en statushouders hebben uitgenodigd om met ons te komen praten.  Dat is gebeurd op 5 Juli 2017 in de grote zaal van WELLZO. Uit deze gesprekken hebben wij vervolgens zoveel informatie gekregen dat wij vanaf 6 Juli tot eind november ontzettend druk bezig zijn geweest om de succesfactoren te achterhalen. Maar dat is gelukt!

Uit ons onderzoek blijkt namelijk dat vooral het volgende een positieve invloed heeft gehad op het maatjesproject in 2016/2017:

  • Wekelijks samenkomen
  • Gedeelde interesses
  • Ondersteuning vanuit WELLZO
  • Trainingen
  • Interesse in elkaar (betrokkenheid)

De bovenstaande factoren hebben allemaal een grote invloed op het project en vormen samen met elkaar het enthousiasme dat we in de wandelgangen hebben gehoord. Het wekelijks samenkomen zorgt voor een goede relatie tussen vrijwilliger en statushouder, vooral in het begin van het project. Op die manier wordt een betekenisvolle relatie opgebouwd, waarbij nog wel ruimte wordt gegeven. Gedeelde interesses zijn ook erg belangrijk. Zelfs wanneer je niet dezelfde taal spreekt (en dat is al snel binnen dit project) kun je toch samen naar, bijvoorbeeld, voetbal kijken en allebei begrijpen waar het over gaat.

Nou zijn dit waarschijnlijk factoren waarvan je zelf al denkt; logisch! Een open deur! Maar toch is er nog een factor die ervoor zorgt dat een relatie in het project nog hechter wordt. namelijk het hebben van interesse in elkaar. Uit ons onderzoek blijkt dat de vrijwilligers van WELLZO erg veel interesse hebben in het levensverhaal van de statushouders. Vrijwilligers zijn vaak enorm onder de indruk van de omstandigheden waarin hun maatje het land van afkomst heeft moeten verlaten en hoe die reis naar Nederland verlopen is. Daarnaast is er ook nog veel respect voor de manier waarop deze statushouders hun leven in Nederland vorm geven. Deze vorm van respect kwam tijdens de gesprekken op 5 juli erg duidelijk naar voren. Ook bleek dat andersom ongeveer hetzelfde speelt; statushouders zijn geïnteresseerd in het leven van de vrijwilliger.

Dan is er nog lof over de ondersteuning vanuit WELLZO. Vooral de interculturele training wordt ervaren als zeer positief. Tijdens deze training leren vrijwilligers omgaan met een andere cultuur. Verder wordt genoemd dat vrijwilligers altijd bij WELLZO terecht kunnen als ze ergens een vraag over hebben. Ook de begeleidersoverleggen worden genoemd als een plek waar men tot mooie nieuwe inzichten kan komen door met andere vrijwilligers te bespreken wat er wel en niet goed gaat en op welke wijze je daar invloed op kan hebben. Dat klinkt allemaal dus erg goed!

Verbeterpunten
Toch zijn wij ook tegen een aantal punten gestuit die, wat ons betreft, opgelost kunnen worden.
Zo werd genoemd dat de informatievoorziening vanuit WELLZO zo nu en dan tekortschiet bij het op de hoogte houden van vrijwilligers over lopende zaken bij de organisatie. Ook hebben vrijwilligers niet altijd goed zicht op hun eigen rol als vrijwilligers. Waar zijn ze nu eigenlijk wel en niet voor bedoeld? Als voorbeeld werd bijvoorbeeld de boekhouding van een statushouder genoemd. Er wordt dan wel geholpen door de vrijwilliger, maar het is onduidelijk of dat zijn taak wel is. Verder hebben we ook geluiden over de begeleidersbijeenkomsten gehoord; Hoewel vrijwilligers aangeven daar erg veel uit te kunnen halen, horen we ook dat na een aantal bijeenkomsten al snel wordt besloten niet meer te participeren. De tijd die dan voor een overleg is bedoeld wordt dan ingevuld door met een maatje bezig te zijn. Dat wordt als nuttiger ervaren.

Onze aanbevelingen
Tijdens de presentatie hebben wij twee aanbevelingen gedaan die in samenwerking met elkaar kunnen worden uitgevoerd om nog betere resultaten te halen. Wij mistten in het project het duidelijk stellen van doelen en kaders. Een doel kan bijvoorbeeld het helpen van een statushouder bij de Nederlandse taal zijn. Daar horen kaders bij; hoeveel tijd besteed je aan het doel en waar kun je de voortgang mee meten?
Wij denken dat door met doelen en kaders te gaan werken een duidelijker traject ontstaat voor zowel de vrijwilliger als de statushouder. Het is dan ook van belang om tijdens en na het traject een evaluatie uit te voeren op de uitgevoerde activiteiten. Als leidraad voor deze aanbeveling hebben we “The six elements of effective practice for mentoring” genomen.

Als tweede aanbeveling hebben wij een idee om de begeleidersoverleggen anders in te vullen. Hoewel er al met veel lof over de overleggen gesproken wordt hebben we ook gehoord dat sommige vrijwilligers snel afhaken en dat de overleggen te massaal zijn. Daarom pleiten wij voor het invoeren van kleinschalige bijeenkomsten. Je zou, bijvoorbeeld, elke eerste woensdag van de maand met een groep van 6-8 mensen een bijeenkomst kunnen plannen. Door de groep klein te houden kan iedereen aan bod komen en heeft iedereen een tastbare impact op het overleg. Er ontstaat zo ook een soort “intervisie”, waarin iedereen kan nadenken over zijn/haar gedragingen en emoties en de gevolgen die dat heeft binnen het project. Ook zouden deze bijeenkomsten kunnen bijdragen aan het evaluatieproces van onze eerste aanbeveling.
Wij denken dat de bijeenkomsten op deze manier een flexibeler en leerzamer karakter krijgen en vrijwilligers zich meer in gaan leven in elkaars verhaal.

En nu?
Al met al loopt het maatjesproject bij WELLZO al vrij goed. Vrijwilligers en statushouders zijn beide tevreden over het project. Tijdens de presentatie was Jelle Lammers aanwezig, hij kon zich vinden in de presentatie en vroeg de aanwezige vrijwilligers naar hun mening over de aanbevelingen. Er ontstond een betekenisvolle discussie over de genoemde verbeterpunten en wij verwachten dat we vanuit WELLZO binnenkort meer zullen horen over mogelijke veranderingen in het project.

 

 

 

 

 



Reageer op dit artikel

Laat als eerste een reactie achter.

Abonneren op
avatar
wpDiscuz